De Twee Vaderlanden

Mussche, Achilles. De Twee Vaderlanden. Arnhem: Van Loghum Slaterus, MCMXXVII [1927]. 114 pages. Volumes: 1 of 1 volume. First Edition. 19,5 cm. x 26 cm.
Condition: Good. Several library stamps throughout the book. Softcover. Sewn Softcover.

10,00

In stock

Product ID: 4134 SKU: SKU-6192 Category:

Nederlands:

Achilles Mussche was een bekende sociaal geëngageerde schrijver, wiens werk tot het expressionisme gerekend wordt. Alleszins werd hij literair actief in de jaren twintig, aanvankelijk als lyricus. Hij was van bescheiden komaf: zijn ouders waren arbeiders uit een arme buurt van Gent, in die tijd een stad van zware industrie en textielnijverheid. Hij ging in 1911 naar de normaalschool in Gent, waar hij samen met Maurice Roelants in de klas zat. Tijdens de Eerste Wereldoorlog studeerde hij voor onderwijzer; in 1918 werd hij regent. Als docent Nederlands bleef hij actief aan de normaalschool, ook tijdens de Tweede Wereldoorlog, en werd in 1948 tot onderwijsinspecteur benoemd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij als verzetslid actief; hij werd nadien voorzitter van het Vermeylenfonds.

Zijn eerste dichtbundel, De twee vaderlanden, werd in 1928 met de August Beernaertprijs bekroond, en in 1929 nogmaals met de Staatsprijs voor Poëzie. Uit het werk spreekt een streven naar humanisme, een verzoening tussen de chaotische, grauwe werkelijkheid en de menselijke verzuchting het eeuwig-goddelijke te mogen ervaren. In die zin is de vroege Mussche wellicht veeleer een romanticus dan een expressionist.

Mussche publiceerde een aantal leerboeken, waaronder Nederlandse poëtica, die als standaardwerken voor het onderwijs werden gebruikt: hij gold als iemand met bijzondere pedagogische bekwaamheid. Van 1945 tot 1970 zetelde hij in de redactie van het Nieuw Vlaams Tijdschrift. Hij schreef tevens enkele bekende biografische monografieën, onder andere over Cyriel Buysse en Herman Gorter, in een heldere en duidelijke taal. Mussche had een sterke interesse voor de geschiedenis van het proletariaat in de Industriële revolutie, en schreef in 1950 hieromtrent de historische roman Aan de Voet van het Belfort, die zich in Gent afspeelt (met een houtsnede van Frans Masereel over Edward Anseele). Later schreef hij nog een roman over Rosa Luxemburg.

In 1954 schreef Mussche zijn belangrijkste toneelstuk, Christoffel Marlowe of er is een duivel te veel. De figuur van Marlowe wordt hier met die van Shakespeare gecontrasteerd: terwijl Shakespeare de beredeneerde, beheerste denker voorstelt, symboliseert Marlowe de genieter, de romantische vagebond die erop los leeft en in wezen een atheïst is, vandaar ‘de duivel’, de Faust die in Marlowe zelf huist. Mussche beklemtoonde dat zijn stuk geen historisch drama is; de figuur van Marlowe, voor wie hij uiteindelijk partij lijkt te kiezen, vertoont bepaalde karaktertrekken van Mussche zelf. Dit toneelstuk leverde hem in 1956 de Nestor De Tièreprijs op: een jaar later werd hij voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen, een post die hij bekleedde tot 1968.

De latere lyriek van Mussche leek vormelijk terug ietwat conservatiever te worden; het is dus al bij al moeilijk hem een volbloed expressionist te noemen, in zoverre dat betekent dat hij zich met experiment bezighield. Thans doet zijn werk enigszins ouderwets aan; het gebruik van vrij vers draagt zeker bij tot het feit dat zijn Marlowe niet meer opgevoerd wordt. Mussches werk vertegenwoordigt allicht de laatste fase van een twintigste-eeuwse neo-realistische (of post-expressionistische) stroming; hij is niet meer meegegaan in het postmodernisme. Dankzij zijn maatschappelijk engagement en pedagogische ijver is hij evenwel in de klassieke Vlaamse literatuur opgenomen.

English:

Achilles Mussche was a well-known socially engaged writer, whose work is considered part of expressionism. He became literarily active in the 1920s, initially as a lyricist. He came from modest origins: his parents were workers from a poor neighborhood in Ghent, at that time a city of heavy industry and textile manufacturing. He attended the normal school in Ghent in 1911, where he was classmates with Maurice Roelants. During World War I, he studied to become a teacher; in 1918, he became a regent. As a Dutch teacher, he remained active at the normal school, even during World War II, and was appointed education inspector in 1948. During World War II, he was active as a resistance member and later became chairman of the Vermeylenfonds.

His first collection of poems, De twee vaderlanden, was awarded the August Beernaert Prize in 1928, and again in 1929 with the State Prize for Poetry. The work reflects a pursuit of humanism, a reconciliation between the chaotic, grim reality and the human yearning to experience the eternal-divine. In this sense, early Mussche might be more of a romantic than an expressionist.

Mussche published several textbooks, including Nederlandse poëtica, which were used as standard works for education: he was regarded as someone with exceptional pedagogical skills. From 1945 to 1970, he served on the editorial board of the Nieuw Vlaams Tijdschrift. He also wrote several well-known biographical monographs, including those on Cyriel Buysse and Herman Gorter, in clear and straightforward language. Mussche had a strong interest in the history of the proletariat during the Industrial Revolution, and in 1950, he wrote the historical novel Aan de Voet van het Belfort about this, set in Ghent (with a woodcut by Frans Masereel about Edward Anseele). Later, he wrote a novel about Rosa Luxemburg.

In 1954, Mussche wrote his most important play, Christoffel Marlowe of er is een duivel te veel. The figure of Marlowe is contrasted with that of Shakespeare: while Shakespeare represents the rational, controlled thinker, Marlowe symbolizes the hedonist, the romantic vagabond who lives freely and is essentially an atheist, hence ‘the devil’, the Faust that resides in Marlowe himself. Mussche emphasized that his play is not a historical drama; the figure of Marlowe, whom he ultimately seems to side with, shows certain character traits of Mussche himself. This play earned him the Nestor De Tière Prize in 1956: a year later, he became chairman of the Association of Flemish Writers, a position he held until 1968.

Mussche’s later poetry seemed to become somewhat more conservative in form; thus, it is difficult to call him a full-fledged expressionist, insofar as it means he engaged in experimentation. His work now appears somewhat outdated; the use of free verse certainly contributes to the fact that his Marlowe is no longer performed. Mussche’s work likely represents the final phase of a twentieth-century neo-realist (or post-expressionist) movement; he did not keep up with postmodernism. Thanks to his social engagement and pedagogical zeal, he is nevertheless included in classical Flemish literature.

Dimensions 26 × 19,5 cm