Vormen
Nijhoff, Martinus

Nijhoff, M.. Vormen. Bussum: C. A. J. Van Dishoeck, MCMXXXXVI [1946]. Printed by G. J. Thieme, Nijmegen. 71 pages. Volumes: 1 of 1 volume. Fourth Edition. 14 cm. x 21 cm..
Condition: Fine Plus. Hardcover.

SUMMARY:
In november 1924 kwam bij C.A.J. van Dishoeck te Bussum Vormen; gedichten uit, de tweede bundel van M. Nijhoff (*1894 en †1953 te Den Haag). De bundel werd mooi uitgegeven (op verzoek van de dichter kreeg Jan van Krimpen de opdracht het omslag te ontwerpen). De oplage bedroeg 750 à 800 exemplaren. Vormen kreeg veel aandacht in de pers en leverde de dichter in het voorjaar van 1925 de Amsterdamsche prijs voor Poëzie op. De uitgave was snel uitverkocht. In de herfst van 1925 verscheen al de tweede druk (nagenoeg identiek aan de eerste, waarschijnlijk in een zelfde oplage). De derde druk (oplage waarschijnlijk 750), die in 1931 noodzakelijk was, greep Nijhoff aan om veranderingen aan te brengen. Ook in de laatste druk die tijdens zijn leven verscheen (1946; oplage 1000 exemplaren), zijn enkele gedichten weer veranderd. Daarna is de bundel in deze vorm nog herhaaldelijk herdrukt.

Vormen bevat 39 gedichten, geschreven in een periode van bijna tien jaar. De totstandkoming van de bundel verliep moeizaam. In 1922 heeft Nijhoff al een afspraak met Van Dishoeck voor een uitgave nog datzelfde jaar. Die ging niet door. In de herfst van 1923 beloofde de dichter binnen twee weken de kopij te zullen leveren opdat dat najaar het boekje zou kunnen verschijnen. Maar pas in maart 1924 stond hij de kopij af, en dan nog slechts voor de helft van de bundel. Daarna brak een periode aan vol klaagzangen van de dichter, aanmaningen van zijn uitgever om de rest in te leveren, gevolgd door ijdele beloftes. Nijhoff heeft moeite de gedichten ‘over te schrijven’ – hetgeen ook betekent: veranderen en ‘op elkaar toeschrijven’. Ook is hij onzeker over de compositie van het geheel. Aan een vriendin schrijft hij: ‘Ik zet “Kerstnacht” maar niet in den bundel, ik kan het niet meer afwerken. Dat ding is steeds dunner en dunner geworden, en net als zijn baas voortdurend verminderd. Ik word nu walgend bij het zien, het enkele zien, van een versvorm.’ In de zomer zwoegt hij voort, herschrijft vele regels en brengt Van Dishoeck tot wanhoop door ook in de gedichten die al gezet waren varianten aan te brengen; sommige gedichten zijn zelfs onherkenbaar veranderd. Tenslotte is er nog een kwestie rond het openingsgedicht, ‘Satyr en Christofoor’. De geringe lengte van dit gedicht in oorspronkelijke vorm leverde voor de uitgever een typografisch probleem op, dat kon worden opgelost als op de eerste plaats het langere vers ‘De kinderkruistocht’ zou figureren. Nijhoff verzet zich hevig tegen deze operatie, en geeft daarmee blijk van zijn zorg voor de compositie van de bundel: ‘met “Kinderkruistocht” zou ik den bundel nooit willen laten aanvangen. De eenige mogelijkheid om het euvel […] te verhelpen, zou zijn met een ander gedicht aanvangen, dat uit 3 bladzijden zou bestaan.’ En tenslotte maakt hij, om een typografisch probleem uit de wereld te helpen, een geheel nieuw openingsgedicht van de juiste lengte, het befaamde ‘Satyr en Christofoor’ zoals we dat nu kennen.
Uiteindelijk kon de bundel nog net in 1924 verschijnen.

De compositie van de bundel oogt zeer zorgvuldig. De gedichten zijn verdeeld over vijf afdelingen; de scène ‘Kerstnacht’ (toch opgenomen, op advies van P.N. van Eyck) maakt de zesde afdeling uit. Hier volgt de inhoud:
1. ‘Houtsneden’ (‘Satyr en Christofoor’, ‘Soldatenkerstmis’, ‘De soldaat die Jezus kruisigde’, ‘Het groote lijden’, ‘Memlinc’, ‘Tweespraak’, ‘Johannes’, ‘Het Bruidje’, ‘De kinderkruistocht’)
2. ‘Kleine liederen’ (‘Shakespeare’s Winteravondsprookje’, ‘Het derde land’, ‘Het schip’, ‘Liedje’, ‘De Profundis’, ‘Twee reddeloozen’, ‘Zwerver en elven’)
3. ‘Steenen tegen den spiegel’ (‘Levensloop’, ‘De danser’, ‘De verbrandende lampion’, ‘Het souper’, ‘De vogel’, ‘Aubrey Beardsley’)
4. ‘Tuinfeesten’ (‘De twee pauwen’, ‘Lili Green’, ‘Adieu’, ‘Page’, ‘Mozart’, ‘De kloosterling’, ‘Fuguette’, ‘Het tuinfeest’, ‘Kleine prélude van Ravel’)
5. ‘Dagboekbladen’ (‘De jongen’, ‘Novalis’, ‘De kerstboom’, ‘De wolken’, ‘Langs een wereld’, ‘Tweeërlei dood’, ‘Het steenen kindje’)
6. ‘Kerstnacht’.

9,00

In stock

General

Full TitleVormen
LanguageDutch
Original LanguageDutch

Creators

AuthorsNijhoff, Martinus

Imprint

PublisherC. A. J. Van Dishoeck
Publishing PlaceBussum
PrinterG. J. Thieme
Printing PlaceNijmegen

Description

H x L x W14 x 0 x 21 cm
Pages71
Volumes1 of 1 volume
Cover FormatHardcover
ConditionFine Plus

Editorial

EditionFourth Edition

Info

SummaryIn november 1924 kwam bij C.A.J. van Dishoeck te Bussum Vormen; gedichten uit, de tweede bundel van M. Nijhoff (*1894 en †1953 te Den Haag). De bundel werd mooi uitgegeven (op verzoek van de dichter kreeg Jan van Krimpen de opdracht het omslag te ontwerpen). De oplage bedroeg 750 à 800 exemplaren. Vormen kreeg veel aandacht in de pers en leverde de dichter in het voorjaar van 1925 de Amsterdamsche prijs voor Poëzie op. De uitgave was snel uitverkocht. In de herfst van 1925 verscheen al de tweede druk (nagenoeg identiek aan de eerste, waarschijnlijk in een zelfde oplage). De derde druk (oplage waarschijnlijk 750), die in 1931 noodzakelijk was, greep Nijhoff aan om veranderingen aan te brengen. Ook in de laatste druk die tijdens zijn leven verscheen (1946; oplage 1000 exemplaren), zijn enkele gedichten weer veranderd. Daarna is de bundel in deze vorm nog herhaaldelijk herdrukt. Vormen bevat 39 gedichten, geschreven in een periode van bijna tien jaar. De totstandkoming van de bundel verliep moeizaam. In 1922 heeft Nijhoff al een afspraak met Van Dishoeck voor een uitgave nog datzelfde jaar. Die ging niet door. In de herfst van 1923 beloofde de dichter binnen twee weken de kopij te zullen leveren opdat dat najaar het boekje zou kunnen verschijnen. Maar pas in maart 1924 stond hij de kopij af, en dan nog slechts voor de helft van de bundel. Daarna brak een periode aan vol klaagzangen van de dichter, aanmaningen van zijn uitgever om de rest in te leveren, gevolgd door ijdele beloftes. Nijhoff heeft moeite de gedichten ‘over te schrijven’ - hetgeen ook betekent: veranderen en ‘op elkaar toeschrijven’. Ook is hij onzeker over de compositie van het geheel. Aan een vriendin schrijft hij: ‘Ik zet “Kerstnacht” maar niet in den bundel, ik kan het niet meer afwerken. Dat ding is steeds dunner en dunner geworden, en net als zijn baas voortdurend verminderd. Ik word nu walgend bij het zien, het enkele zien, van een versvorm.’ In de zomer zwoegt hij voort, herschrijft vele regels en brengt Van Dishoeck tot wanhoop door ook in de gedichten die al gezet waren varianten aan te brengen; sommige gedichten zijn zelfs onherkenbaar veranderd. Tenslotte is er nog een kwestie rond het openingsgedicht, ‘Satyr en Christofoor’. De geringe lengte van dit gedicht in oorspronkelijke vorm leverde voor de uitgever een typografisch probleem op, dat kon worden opgelost als op de eerste plaats het langere vers ‘De kinderkruistocht’ zou figureren. Nijhoff verzet zich hevig tegen deze operatie, en geeft daarmee blijk van zijn zorg voor de compositie van de bundel: ‘met “Kinderkruistocht” zou ik den bundel nooit willen laten aanvangen. De eenige mogelijkheid om het euvel [...] te verhelpen, zou zijn met een ander gedicht aanvangen, dat uit 3 bladzijden zou bestaan.’ En tenslotte maakt hij, om een typografisch probleem uit de wereld te helpen, een geheel nieuw openingsgedicht van de juiste lengte, het befaamde ‘Satyr en Christofoor’ zoals we dat nu kennen. Uiteindelijk kon de bundel nog net in 1924 verschijnen. De compositie van de bundel oogt zeer zorgvuldig. De gedichten zijn verdeeld over vijf afdelingen; de scène ‘Kerstnacht’ (toch opgenomen, op advies van P.N. van Eyck) maakt de zesde afdeling uit. Hier volgt de inhoud: 1. ‘Houtsneden’ (‘Satyr en Christofoor’, ‘Soldatenkerstmis’, ‘De soldaat die Jezus kruisigde’, ‘Het groote lijden’, ‘Memlinc’, ‘Tweespraak’, ‘Johannes’, ‘Het Bruidje’, ‘De kinderkruistocht’) 2. ‘Kleine liederen’ (‘Shakespeare's Winteravondsprookje’, ‘Het derde land’, ‘Het schip’, ‘Liedje’, ‘De Profundis’, ‘Twee reddeloozen’, ‘Zwerver en elven’) 3. ‘Steenen tegen den spiegel’ (‘Levensloop’, ‘De danser’, ‘De verbrandende lampion’, ‘Het souper’, ‘De vogel’, ‘Aubrey Beardsley’) 4. ‘Tuinfeesten’ (‘De twee pauwen’, ‘Lili Green’, ‘Adieu’, ‘Page’, ‘Mozart’, ‘De kloosterling’, ‘Fuguette’, ‘Het tuinfeest’, ‘Kleine prélude van Ravel’) 5. ‘Dagboekbladen’ (‘De jongen’, ‘Novalis’, ‘De kerstboom’, ‘De wolken’, ‘Langs een wereld’, ‘Tweeërlei dood’, ‘Het steenen kindje’) 6. ‘Kerstnacht’

Identifiers

SKUSKU-7800