Jan van Nijlen
Dubois, Pierre H.

Dubois, Pierre H.. Jan van Nijlen. Brussel: Ministerie van Openbaar Onderwijs / A. Manteau, 1959. 40 pages. Volumes: 1 volume. Series: Monografieën over Vlaamse letterkunde. First Edition. 14 cm. x 23 cm.
Condition: Fine. Softcover. Sewn Softcover.

SUMMARY:
Jan van Nijlen (1884-1965) was een Vlaams dichter. Hij is alom bekend geworden door de zin “Bestijg den trein nooit zonder Uw valies met droomen, dan vindt g’in elke stad behoorlijk onderkomen…” uit het gedicht “Bericht aan de reizigers” dat voor het eerst in de bundel Geheimschrift (1934) verscheen. Dit gedicht werd op 18 maart 2011 aangebracht in het treinstation Antwerpen Centraal.

Als één dichter de Vlaamse evenknie van Bloem mag heten, dan wel zijn vriend Jan van Nijlen. Diens bundel Naar ’t geluk (1911) verscheen bij de door Bloem samen met Jan Greshoff opgerichte uitgeverij De Zilverdistel. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vestigde Van Nijlen zich in Den Haag, waar hij zijn Nederlandse collega’s beter leerde kennen.

Jan van Nijlen (1884-1965) geldt als de belangrijkste neoklassieke dichter uit Vlaanderen. Over zijn leven is weinig bekend. Zijn jeugdherinneringen kwamen er pas na lang aandringen van bevriende schrijvers. Ook de tragische kanten van zijn leven heeft hij verborgen willen houden en hooguit gedeeld met enkele intimi. Maar de waarde van zijn dichterschap staat intussen buiten kijf, ook al gezien de veelvuldige opname van gedichten in bloemlezingen. Van Nijlen gold tot de Eerste Wereldoorlog als een belangrijk beschouwer van beeldende kunst en nadien als toonaangevend recensent Franse literatuur.
Van Nijlens liefde voor de natuur was opvallend. Ze was synoniem met een zorgeloze jeugd en belichaamde authenticiteit en rust. Heimwee en verlangen zijn de dragende componenten van zijn poëzie. Zijn gedichten etaleren een grote zelfbeheersing en een zwerflust die elke stoffelijkheid te boven gaat. Van Nijlen vatte alles in een sfeer van lichte ironie, zalvend voor de omgeving maar vaak hard voor zichzelf en de eigen onvolkomenheden. Hij bleef overigens steevast balanceren op de scheidslijnen van zijn dubbele persoonlijkheid: de burger en de schrijver, zijn fundamentele gespletenheid.

7,00

In stock

General

Full TitleJan van Nijlen
SeriesMonografieën over Vlaamse letterkunde
LanguageDutch
Original LanguageDutch

Creators

AuthorsDubois, Pierre H.

Imprint

PublisherMinisterie van Openbaar Onderwijs / A. Manteau
Publishing PlaceBrussel
Release Year1959

Description

H x L x W14 x 0 x 23 cm
Pages40
Volumes1 volume
Cover FormatSoftcover
BindingSewn Softcover
ConditionFine

Editorial

EditionFirst Edition

Info

SummaryJan van Nijlen (1884-1965) was een Vlaams dichter. Hij is alom bekend geworden door de zin "Bestijg den trein nooit zonder Uw valies met droomen, dan vindt g'in elke stad behoorlijk onderkomen..." uit het gedicht "Bericht aan de reizigers" dat voor het eerst in de bundel Geheimschrift (1934) verscheen. Dit gedicht werd op 18 maart 2011 aangebracht in het treinstation Antwerpen Centraal. Als één dichter de Vlaamse evenknie van Bloem mag heten, dan wel zijn vriend Jan van Nijlen. Diens bundel Naar ’t geluk (1911) verscheen bij de door Bloem samen met Jan Greshoff opgerichte uitgeverij De Zilverdistel. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vestigde Van Nijlen zich in Den Haag, waar hij zijn Nederlandse collega’s beter leerde kennen. Jan van Nijlen (1884-1965) geldt als de belangrijkste neoklassieke dichter uit Vlaanderen. Over zijn leven is weinig bekend. Zijn jeugdherinneringen kwamen er pas na lang aandringen van bevriende schrijvers. Ook de tragische kanten van zijn leven heeft hij verborgen willen houden en hooguit gedeeld met enkele intimi. Maar de waarde van zijn dichterschap staat intussen buiten kijf, ook al gezien de veelvuldige opname van gedichten in bloemlezingen. Van Nijlen gold tot de Eerste Wereldoorlog als een belangrijk beschouwer van beeldende kunst en nadien als toonaangevend recensent Franse literatuur. Van Nijlens liefde voor de natuur was opvallend. Ze was synoniem met een zorgeloze jeugd en belichaamde authenticiteit en rust. Heimwee en verlangen zijn de dragende componenten van zijn poëzie. Zijn gedichten etaleren een grote zelfbeheersing en een zwerflust die elke stoffelijkheid te boven gaat. Van Nijlen vatte alles in een sfeer van lichte ironie, zalvend voor de omgeving maar vaak hard voor zichzelf en de eigen onvolkomenheden. Hij bleef overigens steevast balanceren op de scheidslijnen van zijn dubbele persoonlijkheid: de burger en de schrijver, zijn fundamentele gespletenheid

Identifiers

SKUSKU-0815